gramaro.io

There is/There are

Wat betekent "There is/There are"

De constructie there is/there are wordt in het Engels gebruikt om het bestaan of de aanwezigheid van iets aan te geven. Ze is vergelijkbaar met het Nederlandse "er is/er zijn". Met deze zinsconstructie geef je informatie over wat zich ergens bevindt.

Voorbeelden

  • There is a book on the table. — Er ligt een boek op de tafel.
  • There are two cats in the garden. — Er zijn twee katten in de tuin.

Gebruik there is bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord:

  • There is an apple. — Er is een appel.
  • There is a car in the garage. — Er staat een auto in de garage.

Gebruik there are bij een meervoudig zelfstandig naamwoord:

  • There are apples. — Er zijn appels.
  • There are many cars on the street. — Er staan veel auto's op straat.

De keuze tussen there is en there are hangt dus af van het aantal waarnaar je verwijst.

Hoe werkt de grammaticale structuur van "There is/There are"

De uitdrukkingen there is en there are geven aan dat iets bestaat of aanwezig is. Je gebruikt deze constructies bijvoorbeeld om situaties of locaties te beschrijven.

Grammaticale opbouw

There is wordt gebruikt bij enkelvoudige en niet-telbare zelfstandige naamwoorden:

  • There is a book on the table. — Er ligt een boek op de tafel.
  • There is milk in the fridge. — Er is melk in de koelkast.

There are wordt gebruikt bij meervoudige zelfstandige naamwoorden:

  • There are three apples on the table. — Er liggen drie appels op de tafel.
  • There are many people in the park. — Er zijn veel mensen in het park.

Vormen

EngelsNederlands
there iser is
there areer zijn

Voor ontkenningen en vragen gebruik je de volgende vormen:

  • Ontkenning, enkelvoud of niet-telbaar: There is not (of There isn't) — Er is geen ...
  • Ontkenning, meervoud: There are not (of There aren't) — Er zijn geen ...
  • Vraag, enkelvoud of niet-telbaar: Is there ...? — Is er ...?
  • Vraag, meervoud: Are there ...? — Zijn er ...?

Wanneer gebruik je "There is" en "There are"

In het Engels gebruik je there is en there are om het bestaan of de aanwezigheid van iets aan te geven. Welke vorm je kiest, hangt af van het aantal waarnaar je verwijst.

Enkelvoud en niet-telbare zelfstandige naamwoorden

Gebruik there is bij een enkelvoudig of niet-telbaar zelfstandig naamwoord:

  • There is a cat on the roof. — Er is een kat op het dak.
  • There is water in the glass. — Er zit water in het glas.
  • There is a lot of information in the book. — Er staat veel informatie in het boek.

Meervoud

Gebruik there are bij een meervoudig zelfstandig naamwoord:

  • There are two cats on the roof. — Er zijn twee katten op het dak.
  • There are many books on the table. — Er liggen veel boeken op de tafel.
  • There are several options available. — Er zijn verschillende opties beschikbaar.

Door de vorm te laten overeenkomen met het zelfstandig naamwoord, vorm je duidelijke en correcte zinnen.

Waarom is het belangrijk om "There is/There are" goed te gebruiken

Het correcte gebruik van there is en there are is belangrijk voor duidelijke communicatie in het Engels. Met deze constructies geef je aan dat iets aanwezig is of bestaat.

Duidelijkheid en begrijpelijkheid

Als je de verkeerde vorm gebruikt, kan er verwarring ontstaan over het aantal dingen waarover je spreekt:

  • There is a cat on the roof. — Er is een kat op het dak.
  • There are two cats on the roof. — Er zijn twee katten op het dak.

Door there is bij enkelvoud en niet-telbare zelfstandige naamwoorden en there are bij meervoud te gebruiken, begrijpen luisteraars en lezers precies of het om één of meerdere dingen gaat.

EngelsNederlands
there is + enkelvoud of niet-telbaarer is + enkelvoud of niet-telbaar
there are + meervouder zijn + meervoud

Welke fouten komen vaak voor bij "There is/There are"

Bij het leren van Engels worden there is en there are soms door elkaar gebruikt. Het is belangrijk dat de vorm past bij het zelfstandig naamwoord dat volgt.

Veelgemaakte fouten

  • Verkeerd gebruik bij enkelvoud en meervoud:
    • There is a book. — Er is een boek.
    • There are books. — Er zijn boeken.

    Gebruik there is bij enkelvoud en there are bij meervoud.

  • Verkeerde overeenstemming in een opsomming:
    • There is a cat and a dog in the garden. — Er is een kat en een hond in de tuin.
    • There are two cats and a dog in the garden. — Er zijn twee katten en een hond in de tuin.

    In zulke opsommingen stemt het werkwoord in het Engels doorgaans overeen met het eerste zelfstandig naamwoord na there is/there are. De eerste zin is vooral gebruikelijk in informele taal; in formele taal kun je de zin beter herformuleren.

Hoe vermijd je deze fouten?

  1. Identificeer het aantal: bepaal of het zelfstandig naamwoord enkelvoud, meervoud of niet-telbaar is.
  2. Kijk naar de woorden na there is/there are: let vooral op het eerste zelfstandig naamwoord.
  3. Controleer je zin opnieuw: controleer of de gekozen vorm bij het zelfstandig naamwoord past.

Test je kennis

Vorm een zin door de woorden in de juiste volgorde te zetten.

Er is een telefoon in mijn tas. - Vertaal deze zin naar het Engels.

Voorbeelden van gebruik There is/There are

  • There's a phone in my bag. - Er is een telefoon in mijn tas.
  • There are six eggs in the fridge. - Er zijn zes eieren in de koelkast.
  • There are five peaches on the table. - Er zijn vijf perziken op de tafel.
  • There's a number on your door. - Er staat een nummer op je deur.
  • There are six floors in this shop. - Er zijn zes verdiepingen in deze winkel.
  • There are tables in the room. - Er staan tafels in de kamer.
  • There is a nice river in my city. - Er is een mooie rivier in mijn stad.
  • There are drinks on the table. - Er staan drankjes op de tafel.
  • There is a TV-set in my room. - Er is een tv in mijn kamer.
  • There's a road there. - Er is een weg daar.
  • There are five languages here. - Er zijn vijf talen hier.
  • There are fifteen students in the class. - Er zijn vijftien leerlingen in de klas.
  • There are ten computers in the classroom. - Er zijn tien computers in het klaslokaal.
  • There is a letter in her hand. - Er is een brief in haar hand.
  • There are things on the floor. - Er liggen dingen op de vloer.
  • There's a black box on my bed. - Er is een zwarte doos op mijn bed.
  • There are toys in the box. - Er zijn speelgoed in de doos.
  • There are two men in the car. - Er zijn twee mannen in de auto.
  • There are monsters in this world. - Er zijn monsters in deze wereld.
  • There's a bag in my room. - Er is een tas in mijn kamer.