gramaro.io

Phrasal verbs

Wat zijn werkwoordvervoegingen

Een phrasal verb is een combinatie van een werkwoord en een partikel. Dat partikel is meestal een bijwoord, zoals up, off of over. De combinatie heeft vaak een nieuwe, niet-letterlijke betekenis. Het werkwoord zelf wordt gewoon vervoegd volgens de tijd en het onderwerp; het partikel blijft meestal onveranderd.

Voorbeelden van veelvoorkomende phrasal verbs zijn:

  • turn off: uitzetten
  • give up: opgeven
  • look after: zorgen voor

Phrasal verbs zijn belangrijk omdat ze veel voorkomen in alledaagse Engelse gesprekken, maar ook in geschreven taal. De vervoeging van het werkwoord en de betekenis van de volledige combinatie zijn allebei belangrijk voor een correcte interpretatie.

In deze voorbeelden verandert het werkwoord van vorm, terwijl het partikel hetzelfde blijft:

EngelsNederlands
She turned off the lights.Zij deed de lichten uit.
He gives up easily.Hij geeft snel op.
I will look after the kids.Ik zal voor de kinderen zorgen.
We turned off the TV yesterday.We hebben gisteren de televisie uitgezet.

In het eerste en vierde voorbeeld staat turn off in een verleden vorm: turned. In het tweede voorbeeld krijgt het werkwoord in de derde persoon enkelvoud de uitgang -s: gives. Na will blijft het werkwoord in de basisvorm: look.

Hoe herken je werkwoordvervoegingen

Phrasal verbs, oftewel werkwoordcombinaties, bestaan uit een werkwoord met een partikel. Dat partikel kan een bijwoord zijn, zoals off of up, of een voorzetsel, zoals after of into. Let bij het lezen niet alleen op de vorm van het werkwoord, maar op de volledige combinatie.

De belangrijkste kenmerken zijn:

  • Scheidbaarheid: sommige phrasal verbs zijn scheidbaar. Het object kan dan tussen het werkwoord en het partikel staan of erna. Turn off the light. — Doe het licht uit. Turn the light off. — Doe het licht uit. Bij een persoonlijk voornaamwoord staat het object bij een scheidbaar phrasal verb tussen beide delen: Turn it off.
  • Vaste combinaties: andere phrasal verbs zijn niet scheidbaar. Het object komt dan na de volledige combinatie. Look after the children. — Zorg voor de kinderen.
  • Betekenisverandering: de volledige combinatie heeft vaak een andere betekenis dan de afzonderlijke woorden. Get over an illness. — Herstellen van een ziekte. Hier betekent get over niet letterlijk ‘krijgen’ plus ‘over’.

In de volgende tabel staan enkele phrasal verbs met hun Nederlandse betekenis:

Phrasal verbVertaling
break downkapotgaan; instorten
call offafzeggen
give upopgeven

Let bij het herkennen op de combinatie als geheel. De vorm van het werkwoord kan veranderen, maar het partikel blijft doorgaans hetzelfde.

Wat is de geschiedenis van werkwoordvervoegingen

De geschiedenis van Engelse werkwoordsvormen laat zien dat het Engels in de loop der tijd eenvoudiger is geworden. Het Oudengels had meer verbuigingen en vervoegingsuitgangen dan het moderne Engels. Veel van die uitgangen verdwenen, waardoor moderne Engelse werkwoorden meestal nog maar weinig verschillende vormen hebben. Onregelmatige werkwoorden, zoals go — went — gone, bewaren enkele oudere vormen.

Phrasal verbs hebben eveneens een lange geschiedenis. Combinaties van werkwoorden met richtings- en plaatsaanduidende partikels kwamen al in het Oudengels voor. In de Middeleeuwen veranderde het Engels sterk onder invloed van onder andere het Oudnoors en het Frans. Daardoor ontstonden en verspreidden zich nieuwe woordenschat en nieuwe combinaties. Phrasal verbs zijn sindsdien een kenmerkend en productief onderdeel van het Engels gebleven.

  • The electrician had to turn off the power. — De elektricien moest de stroom uitschakelen.
  • You can look up the word in a dictionary. — Je kunt het woord in een woordenboek opzoeken.

De vervoeging van het hoofdwerkwoord is in de loop der tijd veranderd, maar de betekenis van veel phrasal verbs is als vaste combinatie blijven voortbestaan. In het moderne Engels komen ze veel voor in gesprekken, media en informele schrijftaal.

Hieronder staan twee moderne voorbeelden:

Engelse zinNederlandse vertaling
She gave up smoking.Ze stopte met roken.
He ran into an old friend.Hij kwam een oude vriend tegen.

Door iets over deze ontwikkeling te weten, begrijp je beter waarom Engelse phrasal verbs zo talrijk zijn en waarom hun betekenis niet altijd letterlijk voorspelbaar is.

Waarom zijn werkwoordvervoegingen belangrijk

De vervoeging van het werkwoord is belangrijk voor de tijd en de grammaticale persoon van een zin. Bij phrasal verbs is daarnaast de volledige combinatie belangrijk: het partikel kan de betekenis van het werkwoord sterk veranderen. Een correcte vorm en een correcte combinatie helpen daarom om een boodschap duidelijk over te brengen.

  • She turned up at the meeting. — Ze kwam opdagen bij de vergadering.
  • He gave up smoking. — Hij stopte met roken.
  • I will look after the kids. — Ik zal voor de kinderen zorgen.

In deze zinnen geven up en after samen met het werkwoord een specifieke betekenis. Ook de tijd is zichtbaar in de werkwoordsvorm: turned en gave verwijzen naar het verleden, terwijl na will de basisvorm look staat.

Hetzelfde werkwoord kan met verschillende partikels verschillende betekenissen krijgen:

EngelsNederlands
take offopstijgen; uittrekken
take onaannemen; op zich nemen
take overovernemen

Een klein verschil in partikel kan dus een groot verschil in betekenis veroorzaken. Het is daarom belangrijk om phrasal verbs als volledige eenheden te leren en ze tegelijk correct te vervoegen.

Hoe gebruik je werkwoordvervoegingen correct

Bij het leren van phrasal verbs moet je op drie dingen letten: de betekenis van de volledige combinatie, de vervoeging van het werkwoord en de plaats van het object.

  • Leer de betekenis in context. Look up a word in a dictionary. — Zoek een woord op in een woordenboek. Hier betekent look up niet letterlijk ‘naar boven kijken’.
  • Sommige phrasal verbs zijn scheidbaar. She put the book down. — Ze legde het boek neer. She put down the book. — Ze legde het boek neer. Met een persoonlijk voornaamwoord is alleen de eerste plaatsing mogelijk: She put it down.
  • Andere phrasal verbs zijn niet scheidbaar. She ran into an old friend. — Ze kwam een oude vriend tegen. Je zegt niet run an old friend into met deze betekenis.
  • Bij een intransitief phrasal verb staat geen direct object. The plane took off. — Het vliegtuig steeg op.

Veelvoorkomende fouten

  1. Vergeet de vervoeging van het hoofdwerkwoord niet. He gave up smoking. — Hij stopte met roken. Niet: He give up smoking.
  2. Splits een niet-scheidbaar phrasal verb niet. Zeg She ran into an old friend, niet She ran an old friend into met de betekenis ‘ze kwam een oude vriend tegen’.
  3. Plaats een persoonlijk voornaamwoord correct bij een scheidbaar phrasal verb: Turn it off. Niet: Turn off it.
  4. Kies een passend register. Phrasal verbs zijn vaak natuurlijk in alledaagse taal, terwijl een enkelvoudig werkwoord soms formeler klinkt. They brought up the topic. — Ze brachten het onderwerp ter sprake. In een formelere tekst kan ook They discussed the topic.Ze bespraken het onderwerp.

Test je kennis

Vorm een zin door de woorden in de juiste volgorde te zetten.

Kan ik de kat buiten laten? - Vertaal deze zin naar het Engels.

Voorbeelden van gebruik Phrasal verbs

  • Can I let the cat out? - Kan ik de kat buiten laten?
  • Can we check the place out? - Kunnen we de plaats bekijken?
  • I wrote down the number - Ik schreef het nummer op.
  • You're looking for your friend - Je bent op zoek naar je vriend.
  • I'm looking for my friend. - Ik ben op zoek naar mijn vriend.
  • He printed it out. - Hij heeft het uitgeprint.
  • Hold on, boys! - Wacht even, jongens!
  • Hold on. - Wacht even.
  • My daughter found it out. - Mijn dochter kwam erachter.
  • He helped me out. - Hij hielp me uit de brand.
  • Did he find out? - Kwam hij erachter?
  • She picked up the card. - Zij pakte de kaart op.
  • I'll write them down for you. - Ik zal ze voor je opschrijven.
  • I cleaned it up. - Ik heb het schoongemaakt.
  • You cut me off - Je hield me tegen.
  • She wrote down the address. - Zij schreef het adres op.
  • We made them up. - We verzonnen ze.
  • She gave it up. - Ze gaf het op.
  • She picked up the photo. - Ze pakte de foto op.
  • He moved out this morning. - Hij is vanmorgen verhuisd.