Indefinite pronouns
Wat zijn onbepaalde voornaamwoorden
Onbepaalde voornaamwoorden verwijzen naar personen, dingen of hoeveelheden zonder precies aan te geven om wie, wat of hoeveel het gaat. In het Engels zijn ze belangrijk wanneer de identiteit of het aantal onbekend, onbelangrijk of algemeen is.
Veelgebruikte onbepaalde voornaamwoorden
| Engels | Nederlands | Gebruik |
|---|---|---|
| someone | iemand | een niet nader genoemde persoon, meestal in bevestigende zinnen |
| something | iets | een niet nader genoemd ding, meestal in bevestigende zinnen |
| anyone | iemand, wie dan ook | vaak in vragen en ontkenningen |
| anything | iets, wat dan ook | vaak in vragen en ontkenningen |
| no one | niemand | geen enkele persoon |
| nothing | niets | geen enkel ding |
| everyone | iedereen | alle personen in een groep |
| everything | alles | alle dingen in een situatie of geheel |
Someone is at the door. — Iemand staat voor de deur.
Is there anything I can do? — Is er iets wat ik kan doen?
No one knows the answer. — Niemand weet het antwoord.
Everything is ready for the party. — Alles is klaar voor het feest.
Hoe gebruik je onbepaalde voornaamwoorden in zinnen
Onbepaalde voornaamwoorden kunnen in een zin als onderwerp, lijdend voorwerp of aanvulling fungeren. Ze verwijzen naar personen of dingen zonder die precies te benoemen.
Plaats in de zin
- Als onderwerp staan ze meestal vóór het werkwoord.
- Als lijdend voorwerp staan ze vaak na het werkwoord.
- Als aanvulling kunnen ze informatie geven over het onderwerp.
Someone is at the door. — Iemand staat voor de deur.
I need something to write with. — Ik heb iets nodig om mee te schrijven.
Onbepaalde voornaamwoorden op -one, -body en -thing zijn grammaticaal enkelvoud. Daarom krijgen ze in de tegenwoordige tijd een enkelvoudige werkwoordsvorm.
Everyone is ready. — Iedereen is klaar.
Everything was perfect. — Alles was perfect.
Some en any
Vooral in bevestigende zinnen komen some-voornaamwoorden zoals someone en something vaak voor. In vragen en ontkenningen komen any-voornaamwoorden zoals anyone en anything vaak voor. Een vraag met any is meestal open: de spreker verwacht niet per se dat het antwoord ja is.
Is there anyone who can help? — Is er iemand die kan helpen?
Do you need anything? — Heb je iets nodig?
In een Engelse ontkenning gebruik je meestal not met een any-woord, niet nog een tweede negatief woord.
I do not want anything. — Ik wil niets.
Je kunt ook een no-woord gebruiken; dan staat er geen extra ontkenning in de zin.
Nobody knows the truth. — Niemand kent de waarheid.
Welke onbepaalde voornaamwoorden bestaan er
De meest voorkomende Engelse onbepaalde voornaamwoorden worden gevormd met some, any, no en every, gecombineerd met -one, -body of -thing.
| Engels | Nederlands | Betekenis en voorbeeld |
|---|---|---|
| someone | iemand | een niet nader genoemde persoon |
| somebody | iemand | hetzelfde basisgebruik als someone |
| something | iets | een niet nader genoemd ding |
| anyone | iemand, wie dan ook | vaak in vragen en ontkenningen |
| anybody | iemand, wie dan ook | hetzelfde basisgebruik als anyone |
| anything | iets, wat dan ook | vaak in vragen en ontkenningen |
| everyone | iedereen | alle personen |
| everybody | iedereen | hetzelfde basisgebruik als everyone |
| everything | alles | alle dingen |
| no one | niemand | geen enkele persoon |
| nobody | niemand | hetzelfde basisgebruik als no one |
| nothing | niets | geen enkel ding |
Someone called you. — Iemand heeft je gebeld.
I need something to write with. — Ik heb iets nodig om mee te schrijven.
Is there anyone here? — Is hier iemand?
Do you need anything? — Heb je iets nodig?
Everyone is invited. — Iedereen is uitgenodigd.
Everything is ready. — Alles is klaar.
No one knows the answer. — Niemand weet het antwoord.
There is nothing to worry about. — Er is niets om je zorgen over te maken.
Opmerking: Someone en somebody, anyone en anybody, everyone en everybody betekenen in de meeste situaties hetzelfde. Woorden op -one klinken soms iets neutraler of formeler.
Waarom zijn onbepaalde voornaamwoorden belangrijk
Onbepaalde voornaamwoorden maken communicatie flexibel. Je kunt naar personen of dingen verwijzen zonder een naam, identiteit of exacte hoeveelheid te noemen. Zo kun je algemene uitspraken doen en toch duidelijk blijven.
Ze zijn vooral nuttig in de volgende situaties:
- Algemene verwijzingen: je spreekt over alle personen of dingen binnen een groep, zonder ze afzonderlijk te noemen.
Everyone loves holidays. — Iedereen houdt van vakanties.
- Inclusiviteit: je geeft aan dat iedere persoon de mogelijkheid heeft om iets te doen.
Anyone can join the club. — Iedereen kan lid worden van de club.
- Onzekerheid of onbekendheid: je noemt een persoon of ding zonder dat je weet wie of wat het precies is.
Someone left their umbrella here. — Iemand heeft hier zijn of haar paraplu achtergelaten.
- Een volledig geheel: je verwijst naar alle dingen in een bepaalde situatie.
Everything is ready. — Alles is klaar.
Onbepaalde voornaamwoorden op -one en -body verwijzen naar personen; voor het grammaticale getal zijn ze enkelvoud. In informeel Engels kan later in de zin wel het genderneutrale enkelvoudige they naar zo’n persoon verwijzen.
Wanneer gebruik je onbepaalde voornaamwoorden
Gebruik onbepaalde voornaamwoorden wanneer je naar personen of dingen verwijst zonder precies aan te geven wie of wat je bedoelt.
- Algemeen verwijzen naar mensen of dingen: gebruik een onbepaald voornaamwoord wanneer de identiteit onbekend of niet belangrijk is.
Someone called you earlier. — Iemand heeft je eerder gebeld.
Is there anything you need? — Is er iets dat je nodig hebt?
Nothing is impossible. — Niets is onmogelijk.
- Vragen: gebruik vaak anyone of anything wanneer je vraagt of er een persoon of ding is, zonder een bepaald antwoord te verwachten.
Did anyone see you? — Heeft iemand je gezien?
Do you need anything? — Heb je iets nodig?
- Ontkenningen: gebruik anything of anyone na een ontkennende werkwoordsvorm, of gebruik een no-woord zonder extra ontkenning.
I do not want anything. — Ik wil niets.
Nobody saw the accident. — Niemand heeft het ongeluk gezien.
- Algemene of inclusieve uitspraken: gebruik every-woorden wanneer je alle personen of dingen bedoelt.
Everybody loves a good story. — Iedereen houdt van een goed verhaal.
You can find everything there. — Je kunt daar alles vinden.
Let op het verschil tussen some, any, no en every. De keuze hangt af van de betekenis en van het soort zin. In een beleefd aanbod of verzoek kan some ook in een vraag voorkomen.
Would you like something to drink? — Wil je iets drinken?
