gramaro.io

Indirect speech

Wat is indirecte rede

Indirecte rede, of indirect speech, is een manier van verslag doen van wat iemand anders heeft gezegd. In plaats van de exacte woorden van een spreker te herhalen, geef je de inhoud van de boodschap weer. Indirecte rede speelt een belangrijke rol in de Engelse grammatica, vooral in geschreven teksten en rapportages, omdat het ons toestaat uitspraken en gedachten van anderen op een vloeiende en natuurlijke manier te presenteren zonder continu aanhalingstekens te gebruiken.

Bijvoorbeeld, als iemand zegt: "I am going to the store." Dan kun je dat in indirecte rede rapporteren als: "He said that he was going to the store." (Hij zei dat hij naar de winkel ging.)

Er zijn enkele belangrijke veranderingen die plaatsvinden wanneer je van directe naar indirecte rede gaat:

  • Veranderende werkwoordstijden: De tijden van de werkwoorden in directe rede moeten vaak worden aangepast in de indirecte rede. "I have finished my homework." wordt "She said that she had finished her homework." (Ze zei dat zij haar huiswerk had afgemaakt.)
  • Verwijzingen naar plaats en tijd: Woorden die betrekking hebben op tijd en plaats veranderen vaak. Bijvoorbeeld, "I will see you tomorrow." kan veranderen in "He said he would see me the next day." (Hij zei dat hij me de volgende dag zou zien.)
  • Gebruik van "that": In veel gevallen gebruik je het woord "that" in de indirecte rede, hoewel het in informeel Engels soms wordt weggelaten. "She said, 'I am tired.'" kan worden: "She said that she was tired." (Ze zei dat ze moe was.)

Door indirecte rede te gebruiken, kunnen we niet alleen de woorden van een spreker doorgeven, maar ook elementen van interpretatie en context toevoegen die met directe rede minder soepel zouden verlopen.

Hoe wordt indirecte rede gevormd

Bij het vormen van indirecte rede in het Engels veranderen we de structuur van de directe rede om deze aangepast te maken voor verslaggeving of om aan te geven wat iemand heeft gezegd zonder exacte woorden te gebruiken. Dit is in het bijzonder handig om rapporten samen te vatten of om het gesprek in eigen woorden weer te geven.

Grammaticaire regels en structuur:

  • Verander de werkwoordstijd: Meestal verschuift de tijd van het werkwoord een stap terug in de tijd. Bijvoorbeeld:
    • Directe rede: "I am going to school."
    • Indirecte rede: He said he was going to school. (Hij zei dat hij naar school ging.)
  • Verander aanwijzende voornaamwoorden en tijdsaanduidingen: Ze kunnen veranderen afhankelijk van het perspectief. Bijvoorbeeld:
    • Directe rede: "I will do it tomorrow."
    • Indirecte rede: She said she would do it the next day. (Ze zei dat ze het de volgende dag zou doen.)

Structuur van indirecte rede:

  • Gebruik een inleidende zin zoals "he said" of "she asked" gevolgd door de gerapporteerde zin, meestal zonder aanhalingstekens.
  • Bij vragen verandert de structuur vaak van een vraagvorm naar een bevestigende zin:
    • Directe vraag: "Where are you going?"
    • Indirecte vraag: She asked where he was going. (Ze vroeg waar hij heen ging.)

Hieronder een tabel met enkele veelvoorkomende tijdverschuivingen:

Directe rede Indirecte rede
Present simple: "He says, 'I write.'" He said he wrote. (Hij zei dat hij schreef.)
Present continuous: "He says, 'I am writing.'" He said he was writing. (Hij zei dat hij aan het schrijven was.)
Past simple: "He said, 'I wrote.'" He said he had written. (Hij zei dat hij geschreven had.)
Will: "He says, 'I will write.'" He said he would write. (Hij zei dat hij zou schrijven.)

Waarom gebruiken we indirecte rede

In de Engelse taal wordt de indirecte rede gebruikt om uitdrukkingen, gedachten of uitspraken van anderen na te vertellen zonder hun exacte woorden te gebruiken. Deze vorm is nuttig in verschillende contexten. Hier zijn enkele redenen en situaties waarin we de indirecte rede toepassen:

  • Samenvatten van gesprekken: Wanneer je de kern van een gesprek of uitspraak wilt weergeven zonder in detail te treden.
    • "She said she was tired." - Ze zei dat ze moe was.
  • Verslagen en rapportages: Om informatie vanuit interviews of uit andere bronnen te rapporteren zonder directe citaten te gebruiken.
    • "He explained that the results had improved." - Hij legde uit dat de resultaten waren verbeterd.
  • Vermijden van woordelijke herhaling: Als herhaling van de exacte woorden ongewenst of niet nodig is.
    • "They mentioned they would come later." - Ze noemden dat ze later zouden komen.
  • Politieke of gevoelige situaties: Om bij het rapporteren van meningen of uitspraken diplomatieker te zijn.
    • "The spokesperson stated that negotiations were ongoing." - De woordvoerder verklaarde dat de onderhandelingen gaande waren.

In het Engels moet je bij het omzetten van directe naar indirecte rede letten op het veranderen van werkwoordtijden, de-ictische termen (zoals "hier" en "nu"), en voornaamwoorden die aangepast moeten worden aan de context van de indirecte rede.

Een tabel met enkele basisveranderingen in tijdsvormen:

Directe Rede Indirecte Rede
Present Simple - "I work." Present Simple wordt Past Simple - Ze zei dat ze werkte.
Present Continuous - "I am working." Present Continuous wordt Past Continuous - Hij zei dat hij aan het werken was.
Past Simple - "I worked." Past Simple wordt Past Perfect - Zij zeiden dat ze gewerkt hadden.
Will - "I will work." Will wordt would - Hij zei dat hij zou werken.

Welke tijdsvormen worden gebruikt in indirecte rede

Bij het omzetten van directe naar indirecte rede in het Engels, veranderen de tijden vaak. Dit noemen we "tijdverschuiving" of "backshifting".

  • Present Simple verandert meestal naar Past Simple.
    • "I am happy," he said. → Hij zei dat hij happy was (blij was).
    • "She works in London," he said. → Hij zei dat zij in Londen werkte.
  • Present Continuous verandert naar Past Continuous.
    • "I am eating," she said. → Zij zei dat ze aan het eten was.
    • "They are playing football," he said. → Hij zei dat ze voetbal aan het spelen waren.
  • Present Perfect verandert naar Past Perfect.
    • "I have finished my work," he said. → Hij zei dat hij zijn werk af had.
    • "She has left," he said. → Hij zei dat zij vertrokken was.
  • Past Simple verandert naar Past Perfect.
    • "I visited Paris," she said. → Zij zei dat zij Parijs bezocht had.
    • "He ate the cake," she said. → Zij zei dat hij de taart opgegeten had.
  • Past Continuous verandert naar Past Perfect Continuous.
    • "I was reading," she said. → Zij zei dat zij aan het lezen was geweest.
    • "They were sleeping," he said. → Hij zei dat ze aan het slapen waren geweest.
  • Will verandert naar would.
    • "I will go to the party," he said. → Hij zei dat hij naar het feest zou gaan.
    • "She will call you," he said. → Hij zei dat zij je zou bellen.

Het is belangrijk op te merken dat als de inleidende zin in het heden staat, zoals "He says," er meestal geen tijdverschuiving nodig is.

Tijd in directe rede Tijd in indirecte rede
Present Simple Past Simple
Present Continuous Past Continuous
Present Perfect Past Perfect
Past Simple Past Perfect
Past Continuous Past Perfect Continuous
Will Would

Test je kennis

Vorm de zin door de juiste woorden in de juiste volgorde te kiezen.

Hij zei dat het moeilijk was. - Vertaal deze zin naar het Engels.

Voorbeelden van gebruik Indirect speech

  • He said it was difficult - Hij zei dat het moeilijk was.
  • You said it was simple. - Je zei dat het simpel was.
  • You said you were ready. - Je zei dat je klaar was.
  • She said she wanted to talk. - Zij zei dat zij wilde praten.
  • You said it was not important. - Je zei dat het niet belangrijk was.
  • She said she would never forget - Ze zei dat ze het nooit zou vergeten.
  • Then he asked me if I wrote for any of the newspapers. - Toen vroeg hij me of ik voor een van de kranten schreef.
  • You said it would be funny. - Je zei dat het grappig zou zijn.
  • I said I was happy. - Ik zei dat ik blij was.
  • You said you were pregnant. - Jij zei dat je zwanger was.
  • He wondered what the solution was. - Hij vroeg zich af wat de oplossing was.
  • He said she was angry. - Hij zei dat zij boos was.
  • You said it would be interesting - Je zei dat het interessant zou zijn.
  • You said you wanted to help. - Je zei dat je wilde helpen.
  • I wondered if I could ask you something. - Ik vroeg me af of ik je iets kon vragen.
  • You said it was too bright - Je zei dat het te fel was.
  • You said I could be a school teacher. - Je zei dat ik leraar kon worden.
  • You said you wanted to meet him - Je zei dat je hem wilde ontmoeten.
  • They said we had to leave. - Zij zeiden dat we moesten vertrekken.
  • He will tell you what he saw. - Hij zal je vertellen wat hij zag.