Present Simple
Wat is de present simple
De present simple is een Engelse werkwoordstijd voor gewoontes, routines, feiten, algemene waarheden en situaties die meestal blijvend of regelmatig zijn.
Bij de meeste werkwoorden gebruik je de basisvorm. Alleen bij de derde persoon enkelvoud (he, she, it) krijgt het werkwoord meestal een -s.
- I work - Ik werk
- You play - Jij speelt
- He reads - Hij leest
- She dances - Zij danst
- It rains - Het regent
- We live - Wij wonen
- They go - Zij gaan
Voor ontkenningen en vragen met de meeste werkwoorden gebruik je de hulpwerkwoorden do en does. Na do of does staat het hoofdwerkwoord altijd in de basisvorm.
- I do not like coffee. - Ik houd niet van koffie.
- Does he play tennis? - Speelt hij tennis?
De vorm van gewone werkwoorden ziet er bijvoorbeeld zo uit:
| Onderwerp | work | play | live |
|---|---|---|---|
| I | work | play | live |
| You | work | play | live |
| He, she, it | works | plays | lives |
| We | work | play | live |
| They | work | play | live |
Bij werkwoorden op een medeklinker plus -y verandert de -y in -ies. Werkwoorden op -s, -sh, -ch, -x of -o krijgen meestal -es.
- He studies - Hij studeert
- She goes - Zij gaat
- It watches - Het kijkt
Hoe gebruik je de tegenwoordige tijd
De present simple wordt gebruikt voor gewoontes, routines, feiten, algemene waarheden en vaste tijdschema's. Veelvoorkomende tijdsaanduidingen zijn every day, usually, often, always, sometimes en never.
- Gewoontes en routines: activiteiten die regelmatig plaatsvinden.
- She drinks coffee every morning. - Zij drinkt elke ochtend koffie.
- He goes to school by bus. - Hij gaat met de bus naar school.
- Feiten en algemene waarheden: dingen die in het algemeen of altijd waar zijn.
- The sun rises in the east. - De zon komt op in het oosten.
- Water boils at 100 degrees Celsius. - Water kookt bij 100 graden Celsius.
- Algemene situaties: een kenmerkende of herhaalde gebeurtenis, niet één gebeurtenis die nu plaatsvindt.
- A dog barks when it sees a stranger. - Een hond blaft als hij een vreemde ziet.
- Vaste gebeurtenissen in de toekomst: een dienstregeling, programma of afspraak kan met de present simple worden weergegeven.
- The train leaves at 9 p.m. - De trein vertrekt om 21.00 uur.
- The meeting starts at 10 a.m. tomorrow. - De vergadering begint morgen om 10.00 uur.
- My flight leaves at 6 p.m. tonight. - Mijn vlucht vertrekt vanavond om 18.00 uur.
Gebruik de present simple dus voor wat gewoonlijk, algemeen of volgens een vast schema gebeurt. Voor iets dat op dit moment bezig is, gebruik je doorgaans de present continuous.
Wat zijn de uitzonderingen voor de tegenwoordige tijd
Naast de gewone werkwoorden zijn er in de present simple enkele bijzondere vormen. De werkwoorden be en have zijn onregelmatig. Het modale werkwoord can verandert niet van vorm.
- to be: I am, you are, he, she, it is, we are, they are - ik ben, jij bent, hij, zij, het is, wij zijn, zij zijn
- to have: I have, you have, he, she, it has, we have, they have - ik heb, jij hebt, hij, zij, het heeft, wij hebben, zij hebben
- can: I, you, he, she, it, we, they can - ik kan, jij kunt, hij, zij, het kan, wij kunnen, zij kunnen
Ook bij de spelling van de derde persoon enkelvoud (he, she, it) gelden enkele regels:
- Werkwoorden op -s, -sh, -ch, -x of -o krijgen meestal -es.
- He watches - Hij kijkt
- She goes - Zij gaat
- Een werkwoord op medeklinker plus -y verandert -y in -ies.
- He flies - Hij vliegt
- She tries - Zij probeert
- Na een klinker blijft de -y staan en voeg je -s toe.
- He plays - Hij speelt
Let vooral op has, is en does: deze vormen worden niet gevormd door simpelweg de algemene spellingregel toe te passen.
Waarom is de overeenkomst tussen onderwerp en werkwoord belangrijk
De overeenkomst tussen onderwerp en werkwoord is een belangrijke basisregel in het Engels. In de present simple bepaalt het onderwerp of je de basisvorm gebruikt of een vorm met -s of -es.
- He plays football. - Hij speelt voetbal.
- They play football. - Zij spelen voetbal.
- Bij de derde persoon enkelvoud (he, she, it) krijgt een gewoon werkwoord meestal -s of -es.
- She walks to work. - Zij loopt naar haar werk.
- Bij I, you, we en they blijft een gewoon werkwoord meestal in de basisvorm.
- We run every morning. - Wij rennen elke ochtend.
Bij vragen en ontkenningen met gewone werkwoorden staat de persoonsvorm in het hulpwerkwoord do of does. Het hoofdwerkwoord krijgt dan geen -s.
- Does he play tennis? - Speelt hij tennis?
- She does not play tennis. - Zij tennist niet.
Bijzondere werkwoorden hebben hun eigen vormen, zoals has.
- He has a car. - Hij heeft een auto.
- I have a car. - Ik heb een auto.
Veelvoorkomende fout: voeg geen -s toe na I, you, we of they.
- Incorrect: I runs. - Onjuist: Ik ren.
- Correct: I run. - Correct: Ik ren.
Hoe beïnvloeden bijwoorden de present simple
Bijwoorden geven extra informatie over een handeling, bijvoorbeeld over de frequentie. Ze maken duidelijk hoe vaak iets gebeurt en verfijnen zo de betekenis van een zin in de present simple.
Bijwoorden van frequentie staan meestal vóór het hoofdwerkwoord. Bij het werkwoord be staan ze meestal ná be.
- He always eats breakfast. - Hij eet altijd ontbijt.
- She often visits her grandmother. - Ze bezoekt haar grootmoeder vaak.
- We sometimes go to the cinema. - We gaan soms naar de bioscoop.
- They never drink coffee. - Zij drinken nooit koffie.
Veelgebruikte bijwoorden van frequentie zijn:
| Bijwoord | Betekenis en voorbeeld |
|---|---|
| usually | He usually walks to work. - Hij loopt meestal naar zijn werk. |
| rarely | She rarely reads books. - Ze leest zelden boeken. |
| hardly ever | They hardly ever watch TV. - Zij kijken bijna nooit televisie. |
Door deze bijwoorden te gebruiken, kun je precies aangeven hoe vaak een gewoonte of handeling plaatsvindt.
Wat is de voortgang in eenvoudigheid bij Engels leren
De present simple is een essentiële basis van de Engelse grammatica. Je gebruikt deze tijd voor gewoontes, feiten, algemene waarheden en routines. Als je de present simple beheerst, heb je een belangrijke bouwsteen voor andere structuren, zoals de present continuous en de past simple.
Voorbeelden van de present simple zijn:
- She walks to school. - Zij loopt naar school.
- Water boils at 100 degrees Celsius. - Water kookt bij 100 graden Celsius.
- They play football every weekend. - Zij spelen elk weekend voetbal.
De basisstructuur is als volgt:
| Onderwerp | Werkwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| I | work | I work at the office. - Ik werk op kantoor. |
| He, she, it | works | She works in New York. - Zij werkt in New York. |
| We, you, they | work | We work every day. - Wij werken elke dag. |
Bij de derde persoon enkelvoud (he, she, it) voeg je meestal -s of -es toe. Dit is een belangrijk kenmerk van de present simple.
In vragen en ontkenningen met gewone werkwoorden gebruik je do of does. Het hoofdwerkwoord blijft daarna in de basisvorm.
- Do they like pizza? - Houden zij van pizza?
- He does not speak Spanish. - Hij spreekt geen Spaans.
Door regelmatig te oefenen met onderwerp, werkwoordsvorm, vragen, ontkenningen en bijwoorden leg je een stevige basis voor complexere grammaticale structuren.
