gramaro.io

Present Perfect vs. Present Perfect Continuous

Wat is de present perfect

De present perfect (present perfect simple) verbindt het verleden met het heden. Je gebruikt deze tijd voor een gebeurtenis die vóór nu heeft plaatsgevonden wanneer het resultaat, de ervaring of de verbinding met het heden belangrijk is. Het exacte moment wordt meestal niet genoemd.

De vorm is: have/has + voltooid deelwoord. Gebruik have bij I, you, we en they en has bij he, she en it. Bij regelmatige werkwoorden eindigt het voltooid deelwoord meestal op -ed; onregelmatige werkwoorden hebben een eigen vorm.

  • I have visited Paris. — Ik heb Parijs bezocht.
  • She has lived here for five years. — Ze woont hier al vijf jaar.

Belangrijkste gebruik

  1. Ervaringen: je praat over levenservaringen zonder een specifiek tijdstip te noemen.
    • They have travelled to Japan. — Ze zijn naar Japan gereisd.
  2. Veranderingen: je beschrijft een verandering die tot nu toe heeft plaatsgevonden.
    • He has become more confident. — Hij is zelfverzekerder geworden.
  3. Voltooide acties met een huidig resultaat: de actie is afgelopen, maar het gevolg is nu relevant.
    • I have just finished my homework. — Ik heb net mijn huiswerk afgemaakt.
  4. Situaties die in het verleden begonnen en nog voortduren: dit komt vooral voor met werkwoorden die een toestand beschrijven, zoals live, know en own.
    • We have lived here since 2010. — We wonen hier sinds 2010.

Wanneer gebruik je de present perfect

De present perfect wordt gebruikt wanneer een gebeurtenis uit het verleden een verband heeft met het heden. De volgende situaties komen vaak voor.

  • Ervaringen tot nu toe: je noemt wat iemand ooit heeft gedaan, zonder te zeggen wanneer precies.
    • I have visited Paris. — Ik heb Parijs bezocht.
  • Een nog niet afgelopen periode: de periode waarin de actie plaatsvond, loopt nog door.
    • I have read three books this month. — Ik heb deze maand drie boeken gelezen.
  • Resultaten of gevolgen in het heden: het resultaat van de actie is nu belangrijk.
    • She has broken her leg. — Ze heeft haar been gebroken.
  • Verandering in de loop van de tijd: je beschrijft een ontwikkeling die tot nu toe heeft plaatsgevonden.
    • You have grown since I saw you last. — Je bent gegroeid sinds ik je voor het laatst zag.
  • Recent voltooide acties: just en recently geven vaak aan dat iets kort geleden is gebeurd.
    • They have just arrived. — Ze zijn net aangekomen.
  • Meerdere gebeurtenissen op verschillende momenten: de gebeurtenissen blijven relevant voor het heden.
    • We have visited them several times. — We hebben ze meerdere keren bezocht.

Bij deze tijd komen ook woorden voor als ever, never, already en yet. Gebruik de present perfect niet met een afgesloten tijdsaanduiding zoals yesterday, last year of in 2019; daarvoor gebruik je doorgaans de past simple.

Wat is de present perfect continuous

De present perfect continuous (present perfect progressive) gebruik je voor een activiteit die in het verleden is begonnen en nog voortduurt, of die kort geleden is gestopt en waarvan het effect nu merkbaar is. Deze tijd benadrukt vooral de duur, de voortgang of de herhaling van de activiteit.

Vorm: have/has been + werkwoord + -ing. Gebruik have bij I, you, we en they en has bij he, she en it.

  • She has been studying. — Ze is aan het studeren.
  • They have been working all day. — Ze werken de hele dag al.
  • I have been waiting for an hour. — Ik wacht al een uur.
  • It has been raining every day this week. — Het heeft deze week elke dag geregend.
  • You look tired because you have been working too hard. — Je ziet er moe uit omdat je te hard hebt gewerkt.

Wanneer kies je deze tijd?

Gebruik de continuous voorGebruik liever de present perfect simple voor
  • de nadruk op de duur: We have been talking for hours. — We praten al uren.
  • een activiteit die nog bezig is of waarvan je de inspanning benadrukt: He has been fixing the car. — Hij is de auto aan het repareren geweest.
  • een afgerond resultaat: She has finished her homework. — Ze heeft haar huiswerk afgemaakt.
  • statische werkwoorden, zoals know, believe en love, die normaal geen continuous-vorm hebben.

Wanneer gebruik je de present perfect continuous

De present perfect continuous legt de nadruk op een activiteit of situatie die in het verleden is begonnen en nog steeds aan de gang is, of die onlangs is gestopt maar nu nog gevolgen heeft. Vooral de duur, de herhaling of de inspanning staat centraal.

  • Duur van een nog gaande activiteit:

    She has been reading for two hours. — Ze leest al twee uur.

    De nadruk ligt op de tijdsduur van de activiteit.

  • Onlangs gestopte activiteit met een zichtbaar gevolg:

    He is tired because he has been running. — Hij is moe omdat hij heeft hardgelopen.

    Het hardlopen kan net zijn gestopt; het gevolg is nog zichtbaar.

  • Herhaalde activiteit in een recente periode:

    The phone has been ringing all morning. — De telefoon gaat de hele ochtend al.

    De continuous benadrukt hier de herhaalde activiteit en de voortdurende periode.

Present perfectPresent perfect continuous
She has read the book. — Ze heeft het boek gelezen. She has been reading the book. — Ze is het boek aan het lezen.
De nadruk ligt op het feit of het resultaat: het boek is gelezen. De nadruk ligt op de activiteit of de duur; het boek hoeft nog niet uit te zijn.

Hoe herken je het verschil tussen present perfect en present perfect continuous

Om het verschil te herkennen, vraag je jezelf af waarop de nadruk ligt: op het resultaat of de voltooide hoeveelheid, of op de activiteit, de duur en de inspanning?

  • Present perfect: benadrukt meestal het resultaat, de hoeveelheid, de voltooiing of een ervaring. De vorm is have/has + voltooid deelwoord.
  • Present perfect continuous: benadrukt meestal de duur, het verloop, de herhaling of de inspanning. De vorm is have/has been + werkwoord + -ing.
Present perfectPresent perfect continuous
I have worked. — Ik heb gewerkt. I have been working. — Ik heb zitten werken.
She has lived here for five years. — Ze woont hier al vijf jaar. She has been living here for five years. — Ze woont hier nu al vijf jaar.
De nadruk kan liggen op het resultaat of op het feit. De nadruk ligt sterker op de activiteit of de duur. Beide vormen kunnen soms mogelijk zijn.

Tijdsaanduidingen en voorbeelden

  • Present perfect: woorden als ever, never, just, already en yet komen vaak voor bij ervaringen en resultaten.
    • Have you ever been to Paris? — Ben je ooit in Parijs geweest?
  • Present perfect continuous: for en since worden vaak gebruikt om de duur aan te geven, maar ze kunnen ook met de present perfect simple voorkomen, vooral bij statische werkwoorden.
    • They have been studying for hours. — Ze zijn al uren aan het studeren.

Let ook op het soort werkwoord. Bij statische werkwoorden zoals know, believe en love gebruik je normaal de present perfect simple, niet de continuous. Kies bovendien de present perfect simple wanneer een afgerond resultaat belangrijker is dan de activiteit zelf.

Test je kennis

Vorm een zin door de woorden in de juiste volgorde te zetten.

Zijn ze ooit in Schotland geweest? - Vertaal deze zin naar het Engels.

Voorbeelden van gebruik Present Perfect vs. Present Perfect Continuous

  • Have they ever been to Scotland? - Zijn ze ooit in Schotland geweest?
  • How many pages have you written today? - Hoeveel pagina's heb je vandaag geschreven?
  • Has Dan submitted the report yet? - Heeft Dan het rapport al ingediend?
  • I have never had a pet. - Ik heb nog nooit een huisdier gehad.
  • Luke has written four books. - Luke heeft vier boeken geschreven.
  • Has Ruth ever cooked for you? - Heeft Ruth ooit voor je gekookt?
  • Grandma has been cooking all day. - Oma heeft de hele dag staan koken.
  • I haven't seen Lisa today. - Ik heb Lisa vandaag niet gezien.
  • Have you ever met Helen? - Heb je Helen ooit ontmoet?
  • How long have you been sitting here? - Hoe lang zit je hier al?
  • Mary has been to Canada twice. - Mary is twee keer in Canada geweest.
  • Ann hasn't read this paper yet. - Ann heeft dit artikel nog niet gelezen.
  • Where have I left my bag? - Waar heb ik mijn tas gelaten?
  • I have been working here for three months. - Ik werk hier al drie maanden.
  • We haven't been to Sweden yet. - We zijn nog niet in Zweden geweest.
  • My husband has started a new painting this week. - Mijn man is deze week aan een nieuw schilderij begonnen.
  • They have never met Alex. - Zij hebben Alex nooit ontmoet.
  • Has Max been exercising lately? He looks great! - Heeft Max de laatste tijd geoefend? Hij ziet er geweldig uit!
  • I have already cooked the dinner. - Ik heb het avondeten al gekookt.
  • My sister has not come back yet. - Mijn zus is nog niet teruggekomen.