Participles
Wat zijn deelwoorden
Deelwoorden zijn werkwoordsvormen die verschillende functies in een Engelse zin kunnen hebben. Ze kunnen bijvoorbeeld deel uitmaken van een werkwoordstijd of als bijvoeglijk woord een zelfstandig naamwoord beschrijven.
Er zijn twee hoofdtypen: het tegenwoordige deelwoord (present participle) en het voltooide deelwoord (past participle).
- Het tegenwoordige deelwoord eindigt op -ing. Het wordt gebruikt:
- met een vorm van be om een voortdurende handeling uit te drukken: She is singing. — Zij is aan het zingen.
- als bijvoeglijk woord: A running man. — Een rennende man.
- na bepaalde werkwoorden, zoals stop, start en enjoy: I enjoy reading. — Ik lees graag.
- Het voltooide deelwoord eindigt bij regelmatige werkwoorden meestal op -ed en heeft bij onregelmatige werkwoorden vaak een andere vorm. Het wordt gebruikt:
- met have om de voltooide tijd te vormen: He has eaten. — Hij heeft gegeten.
- als bijvoeglijk woord: Boiled water. — Gekookt water.
- met be in de lijdende vorm: They were taken. — Ze werden meegenomen.
Dezelfde deelwoordsvorm kan dus verschillende functies hebben. De precieze functie blijkt uit de context en uit de werkwoorden die erbij staan.
Hoe worden deelwoorden gevormd
De Engelse deelwoorden kunnen regelmatig of onregelmatig worden gevormd.
Regelmatige werkwoorden
Het tegenwoordige deelwoord wordt gevormd met -ing: talk — praten wordt talking — pratend. Het voltooide deelwoord wordt bij een regelmatig werkwoord meestal gevormd door -ed toe te voegen:
- talk — praten; talked — gepraat
- play — spelen; played — gespeeld
- watch — kijken; watched — gekeken
Bij de spelling kunnen veranderingen optreden. Zo wordt een eindmedeklinker soms verdubbeld (stop — stopped), valt een eind-e meestal weg voor -ing (write — writing) en verandert een eind-y na een medeklinker in i voor -ed (study — studied).
Onregelmatige werkwoorden
Onregelmatige deelwoorden volgen geen vast patroon en moeten vaak uit het hoofd worden geleerd.
| Infinitief | Verleden tijd | Voltooid deelwoord | Nederlandse betekenis |
|---|---|---|---|
| go | went | gone | gaan — gegaan |
| be | was/were | been | zijn — geweest |
| write | wrote | written | schrijven — geschreven |
Wanneer gebruik je deelwoorden
Deelwoorden komen in verschillende Engelse constructies voor. Hun functie hangt af van de vorm en de woorden die erbij staan.
- Als bijvoeglijk woord: een deelwoord kan een zelfstandig naamwoord nader beschrijven.
- The broken vase was on the table. — De gebroken vaas stond op de tafel.
- She picked up the fallen leaves. — Ze raapte de gevallen bladeren op.
- Met have in de voltooide tijden: het voltooide deelwoord volgt op have.
- They have finished their homework. — Ze hebben hun huiswerk afgemaakt.
- She had forgotten the meeting. — Ze was de vergadering vergeten.
- Met be voor voortdurende handelingen: het tegenwoordige deelwoord volgt op een vorm van be.
- He is running in the park. — Hij is in het park aan het rennen.
- They are swimming in the pool. — Ze zijn in het zwembad aan het zwemmen.
- In de lijdende vorm: een vorm van be wordt gecombineerd met het voltooide deelwoord.
- The book was written by the author. — Het boek werd door de auteur geschreven.
- The cookies were baked yesterday. — De koekjes werden gisteren gebakken.
Deelwoorden kunnen ook zelfstandig in een bijvoeglijke bepaling staan:
- The jumping cat surprised us. — De springende kat verraste ons.
- She saw the crying baby. — Ze zag de huilende baby.
Waarom zijn deelwoorden belangrijk
Deelwoorden zijn belangrijk omdat ze zinnen beknopter en informatiever maken. Ze kunnen als bijvoeglijk woord extra informatie geven of samen met hulpwerkwoorden tijden en constructies vormen.
Als bijvoeglijk woord
- The broken vase — De gebroken vaas
- The running water — Het stromende water
- A sleeping child — Een slapend kind
In deze voorbeelden beschrijft het deelwoord een zelfstandig naamwoord.
In werkwoordconstructies
- She has eaten. — Zij heeft gegeten.
- They were singing. — Zij waren aan het zingen.
- He is writing. — Hij is aan het schrijven.
In de voltooide tijden staat het voltooide deelwoord na have. In de voortdurende tijden staat het tegenwoordige deelwoord na een vorm van be. In de lijdende vorm staat het voltooide deelwoord na een vorm van be. Let op: de gewone verleden tijd gebruikt bij regelmatige werkwoorden ook een vorm op -ed, maar die vorm is daar de verleden tijd en niet automatisch een deelwoord.
In deelwoordconstructies
| Engels | Nederlands |
|---|---|
| Sitting in the garden, he read a book. | Zittend in de tuin las hij een boek. |
| Confused by the question, she didn't answer. | In de war door de vraag gaf ze geen antwoord. |
Zo kunnen deelwoordconstructies extra omstandigheden of achtergrondinformatie aan een zin toevoegen.
Welke soorten deelwoorden zijn er
In het Engels zijn er twee hoofdtypen deelwoorden: het tegenwoordige deelwoord en het voltooide deelwoord.
- Het tegenwoordige deelwoord eindigt op -ing. Het wordt onder andere gebruikt voor voortdurende handelingen en als bijvoeglijk woord:
- Running — rennend
- Eating — etend
- Playing — spelend
- Het voltooide deelwoord eindigt bij regelmatige werkwoorden vaak op -ed of -d en heeft bij onregelmatige werkwoorden een eigen vorm. Het wordt gebruikt in voltooide tijden en de lijdende vorm, en ook als bijvoeglijk woord:
- talked — gepraat
- bought — gekocht
- eaten — gegeten
Een tegenwoordige deelwoord kan als bijvoeglijk woord een eigenschap of activiteit van een zelfstandig naamwoord beschrijven:
- The laughing child — Het lachende kind
- A shining star — Een stralende ster
Een voltooid deelwoord kan als bijvoeglijk woord een toestand of een voltooide handeling beschrijven:
- A broken vase — Een gebroken vaas
- Cooked vegetables — Gekookte groenten
Daarnaast komen deelwoorden voor in deelwoordconstructies:
- Having finished the work, she went out. — Nadat ze het werk had afgerond, ging ze naar buiten.
- Known for its beauty, the city attracts many tourists. — De stad, die bekendstaat om haar schoonheid, trekt veel toeristen.
